|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Als de jeugdige Fitz op zesjarige leeftijd in het holst van een
gure nacht wordt afgeleverd bij de poort van het immense kasteel
de Hertenhorst, de residentie van de machtige Ziener-koningen, ziet
zijn toekomst er verre van hoopvol uit. Hoewel de strenge maar rechtvaardige
stalmeester Burrich hem onder zijn vleugels neemt, keert zijn vader,
prins Chevalric, hem de rug toe. Erger nog, zodra hij verneemt de
verwekker van een bastaardzoon te zijn, doet de koningszoon afstand
van de troon van de Zes Hertogdommen en trekt zich terug op het
platteland. Om te voorkomen dat Fitz opgroeit met een wrok jegens
het geslacht van de Zieners, dwingt Chevalrics vader, de machtige
Ziener-koning Vlijm de Listige, de jonge Fitz in de leer te gaan
bij de geheimzinnige Chae, des konings persoonlijk adviseur, halve
magier en vertrouweling. Boek
2
De
jeugdige bastaard Fitz heeft zijn eerste opdrachten in dienst van
de machtige Zienerkoning Vlijm de Listige met succes voltooid. Nu,
verbitterd en teleurgesteld, en half kreupel na een bijna frontale
confrontatie met een valse tegenstander verbergt hij zich bij de
vreemde Chyurd, vastbesloten hun gastvrije Bergrijk nooit meer te
verlaten. Boek
3
FitzChevalric
de Ziener, bastaardzoon van koninklijken bloede, is opgestaan uit
de dood. Hoewel hij in zijn leven daarvoor werd geleid door de gelofte
van trouw, die hij aflegde aan de machtige Ziener-koning Vlijm de
Listige - door zijn betrekking als koninklijke moordenaar tegen
wil en dank - nu is hij vastbesloten de rest van zijn leven anders
in te vullen. De
Boeken van de Levende Schepen Boek
1
Dit
is de geschiedenis van de levende schepen van Beijerstad, handelscentrum
en havenstad, vanwaar de talrijke geslachten van zeevarende kooplieden
al eeuwenlang hun schepen uitsturen naar verre exotische oorden.
Opvallend aan deze uit toverhout gewrochte schepen is dat ze, na
drie generaties door dezelfde familie bevaren te zijn, op magische
wijze tot leven komen. Dit is ook het verhaal van Althea Vestrit,
dochter van een van de oudste families van Beijerstad, de meedogenloze
piraat Kennit, en hun strijd om het bezit van het juist tot leven
gekomen ship van de Vestrits, de Vivacia. Boek
2
In
dit tweede deel van de saga De boeken van de levende schepen is
het levende schip Vivacia nog steeds in handen van de piraat Kennit.
Terwijl Beijerstad wordt belaagd door de satraap en zijn huurlingen,
maken Althjea Vestrit en Bresker Trell de Paragon vaarklaar - het
blinde, vroeger dolende en nu waanzinnige levende schip dat al dertig
jaar op het strand ligt. Boek
3
In
dit derde en laatste deel van de Boeken van de Levende Schepen slagen
Althea Vestrit en Bresker Trell er eindelijk in de Vivacia op te
sporen. Het levende schip vecht inmiddels samen met de piraat Kennit
tegen de slavenhalers die de Gedoemde Kust onveilig maken. In de
Wilde Regenlanden is door een aardbeving de draak Tintaglia uit
haar ondergrondse gevangenis bevrijd. Als laatste van haar soort
begeeft ze zich op een queeste die van groot belang is voor de wereld
van de levende schepen. De
Boeken van de Nar Boek
1
In
De boeken van de Zieners bond FitzChevalric, de bastaardzoon van
een prins uit het koninklijk geslacht van de Zes Hertogdommen en
begiftigd met de magische krachten van zijn geslacht, in naam van
koning Vlijm de Listige de strijd aan met de vijanden van het Rijk. Boek
2
Na
aandringen van de Nar, zijn vroegere vriend en bondgenoot, is FitzChevalric
erin geslaagd om Prins Plicht te bevrijden uit de klauwen van de
Bonten - leden van het Oude Bloed en begiftigd met de Wijsheid -
die in opstand zijn gekomen tegen de genadoloze vervolging van hun
soort. Boek
3
Prins
Plicht staat op het punt te trouwen met Elliania, een prinses van
de Buiteneilanden, een huwelijk dat de band tussen beide rijken
moet versterken. Maar tot ieders verrassing heeft ze een voorwaarde
gesteld aan het huwelijk. Prins Plicht moet zijn mannelijkheid bewijzen
en op zoek gaan naar een draak in het ijs van het koude noorden
om die te doden. De
Boeken van de Zoon van de Krijger Boek
1
Nevare
is de tweede zoon van kolonel Burvelle, die zo'n voortreffelijk
soldaat was dat hij in de adel is verheven. De tweede zoon van de
edelman wordt krijger, zo staat in de Schrift, dus Nevare heeft
geen andere keuze. De kolonel bereidt hem met zorg voor op zijn
lotsbestemming, in de wildernis van hun afgelegen woongebied. Misschien
gaat hij wel wat te ver als hij hem enkele weken toevertrouwt aan
de zorg van de wrede, primitieve Vlakteman, Dewara, een oude vijand.
Want Dewara laat hem kennis maken met de Boomvrouw en haar magie
... Boek
2
Tijdens
zijn opleiding aan de Koninklijke Cavalla Academie van Gernia komt
de krijgerzoon Nevare door toedoen van de wrede vlakteman Dewara
in contact met Boomvrouw en haar speciale magie. Met kwalijke gevolgen.
Net op tijd om erger te voorkomen, weet Nevare het stukje ziel dat
Boomvrouw van hem steelt terug te veroveren en haar te verslaan.
Hij kan echter niet voorkomen dat de geheimzinnige Spikkels, die
op aangeven van Boomvrouw zogeheten Stofdansers naar het verre oosten
van Gernia sturen, daar hun speciale magie loslaten. Als
Woudmagie opent hebben veel vrienden en bekenden van Nevare de aanval
van de Stofdansers niet overleefd. Nevares geliefde nichtje, Epiny,
is uit Oud Thares vertrokken en met haar heeft hij alleen nog briefcontact.
Intussen probeert Nevare wanhopig een oplossing te vinden voor de
vraag waarom zijn gewicht almaar toeneemt. Die vraag valt echter
tijdelijk weg als hij, gehoor gevend aan de uitnodiging de bruiloft
van zijn broer bij te wonen, op zijn reis naar huis op onverwachte
wijze in contact komt met de Dansende Spil van de Vlaktemensen,
hart en opslagplaats van de magie van de vlakte. Tot overmaat van
ramp laat kort daarop ook Boomvrouw weer van zich horen…
|