|
|
|||||||||||||||||||
|
In 1095 verklaart paus Urbanus II de heidenen de oorlog. Koningen,
prinsen en rijke landeigenaren uit heel Europa geven gehoor aan
zijn oproep om aan de kruistocht deel te nemen. Terwijl zijn vader
en broers op weg gaan om Jeruzalem te veroveren, moet Murdo Ranulfszoon,
de jongste zoon van de landheer van Hrafnbú op het eiland
Orkney, thuisblijven om het landgoed van de familie te beheren.
Wanneer echter de corrupte bisschop van Orkney zich op slinkse wijze
van het landgoed meester maakt, reist Murdo zijn vader en broers
achterna om hun hulp in te roepen. Zijn reis voert hem tot in het
hart van de beschaving, het Middellandse Zeegebied, waar keizer
Alexius alles op alles zet om de schade die de kruisvaarders aanrichten,
zoveel mogelijk te beperken. Onderweg komt Murdo in aanraking met
een groepje monniken van een geheimzinnige kloosterorde. Zij reizen
naar het Heilige Land als adviseurs van de koning van Noorwegen,
maar hebben ook zo hun persoonlijke doelstellingen. Ondanks zijn
aanvankelijke tegenzin raakt Murdo met huid en haar bij de vervulling
van hun visioenen betrokken - en krijgt hij een relikwie in handen
dat zijn leven ingrijpend zal beïnvloeden. Boek
2
De
Kruistocht is uitgevochten. Voorbij en vergeten, zo denkt de jonge
boer Duncan Murdozoon althans. Dan komt een oude oom terug uit het
Heilige Land - verwond, verbitterd, maar vol intrigerende verhalen
die hem en zijn clangenoten op Orkney aan het denken zetten. Het
relikwie van de heilige lans is weliswaar veilig bij keizer Alexius,
maar er is een nog heiliger relikwie te winnen; een die de kruisvaarders
hun belangrijkste overwinnig bezorgde, om daarna spoorloos te verdwijnen.
Het gaat volgens Duncans oom om het zwarte kruishout waaraan Jezus
Christus zelf eens hing om de mensheid te verlossen. Boek
3
Als
de Schotse Caitríona met haar vader Duncan op bedevaart is,
wordt hij onder haar ogen, midden in een kathedraal, neergeschoten.
De dader blijkt de leider van de strijdbare Tempelierorde te zijn:
Renaud de Bracineaux. Blind van verdriet en woede zweert het meisje
haar vader te wreken. Als ze haar kans schoon ziet, steelt ze een
cruciaal document van De Bracineaux: een brief met aanwijzingen
voor het vinden van de beker waarui Jezus dronk tijdens het laatste
Avondmaal - de Heilige Graal. Caitríona verzamelt een kleine
groep ridders om zich heen en gaat op pad om deze kelk op te sporen.
De weg is lang en verraderlijk. Achtervolgd door de wraakzuchtige
Tempeliers reizen zij van Constantinopel naar Santiago de Compostela
en verder, tot diep in het hart van het Moorse Spanje. Zo begint
een wedloop tussen twee listige en vindingrijke tegenstanders die
al snel escaleert tot een krachtmeting in intelligentie, wilskracht
en macht. Het
Lied van Albion Boek
1
Wolven
maken de straten van Oxford onveilig. Een Green Man waart rond over
de Schotse Highlands. Lewis Gillies en Simon Rawnson komen oog in
oog te staan met een oud mysterie. Weggerukt uit het dromerige Oxford
met zijn torenspitsen, worden de twee studenten overgezet naar de
woeste, door mist en sneeuw overdekte heuvels en valleien van Schotland.
Het had eigenlijk alleen maar een plezierig weekendje uit moeten
zijn. Maar de weg naar het noorden leidt naar een mystieke tweesprong,
waar twee werelden elkaar ontmoeten, in de tijd-tussen-de-tijden.
Een oude cairn blijkt een portaal te zijn naar de Anderwereld, waar
alles anders lijkt en ook weer niet. In deze parallelle en paradijselijke
Keltische wereld, Albion, is een strijd gaande tussen goed en kwaad,
en wel zodanig dat het evenwicht tussen beide werelden verstoord
dreigt te worden. Boek
2
De
grote koning Meldryn Mawr is vermoord en zijn koninkrijk ligt in
puin. Wetteloosheid en wreedheid waren rond door Albion. Prins Meldron
aast op de troon, geholpen door de sluwe Siawn Hy (Simon). De woorden
van een profetes voorzeggen de komst van een nieuwe koning. Maar
Lewis, nu beroemd als Llew, de Kampioen van Albion, heeft zijn handen
vol aan de op macht beluste Siawn Hy. Met de bard Tegid Tathal (door
wiens ogen het verhaal nu verteld wordt) moet hij vluchten naar
de wildernis. Een nieuwe oorlog ontbrandt en in het heetst van de
strijd openbaart zich een wonderlijk nieuw koningschap. Boek
3
In
dit derde en laatste deel van de Boeken van de Levende Schepen slagen
Althea Vestrit en Bresker Trell er eindelijk in de Vivacia op te
sporen. Het levende schip vecht inmiddels samen met de piraat Kennit
tegen de slavenhalers die de Gedoemde Kust onveilig maken. In de
Wilde Regenlanden is door een aardbeving de draak Tintaglia uit
haar ondergrondse gevangenis bevrijd. Als laatste van haar soort
begeeft ze zich op een queeste die van groot belang is voor de wereld
van de levende schepen.
|