|
|
|||||||||||||
|
In de slavenschepen van K’zan is de aardse bevolking weggevoerd.
Slechts een kleine, kwetsbare groep ontkwam. Voor het eerst overleven
niet de sterksten, maar de zwaksten… Boek
2
Als
in de slavenschepen van de K'zan de Aardse bevolking wordt weggevoerd,
ontkomt er een kleine, kwetsbare groep. Voor het eerst overleven
niet de sterksten, maar de zwaksten - onvermoed gadegeslagen door
achtergelaten wachters. Drie eeuwen gaan voorbij en voor de wachters,
traag verouderd, nadert het einde. Een van hen weigert echter haar
lot te aanvaarden; ze riskeert het weerkeren van de K'zan en een
zekere dood voor de mensen. Men hen verbindt zich haar soortgenoot
Kauw. Vergezeld door het karavaanmeisje Bles, de jonge Spreker Mus,
en Grit, een kleine vrouw uit het keldervolk, achtervolgt hij zijn
verwante. Hoe hun tocht verliep werd verteld in Het Verscholen Volk,
het eerste boek uit de grote romancyclus. Maar twaalf jaar later
blijkt Kauws verbond onverhoopte gevolgen te hebben. Een bijna vergeten
gevaar neemt nieuwe vormen aan. En hij, Mus en de anderen verzamelen
zich wanhopig voor De Laatste Jacht. Boek
3
Opnieuw
zijn twaalf jaren voorbijgegaan en schemer dreigt te vallen over
de wereld van het verscholen volk. Sommigen geven de oude bestaanswijze
op om onderdak te zoeken in een van de steden die worden gemeden;
overwinning uit het verleden lijkt te zullen verkeren in nederlaag,
als blijkt wie het volk van vlakte en water leidde. Haat is stil
opgeschoten en de kinderen van Mus, zelf pas opgegroeid, moeten
er het hoofd aan bieden. In tanend licht staan ze tegenover vijanden
die ze niet kenden, terwijl hun vader ver van hen jaagt in het duister...
|